Home | Contact | Sitemap | Kies regio

 

   

Praat met je dokter

Belang van goede communicatie tussen arts en patiënt

Een goede communicatie met je arts is een belangrijk aspect van de medische zorg. Om een juiste diagnose te kunnen stellen, is de arts vaak afhankelijk van de informatie die jij aan hem geeft. Bepaalde symptomen zoals hoofdpijn, kan een arts immers zelf niet constateren, maar moet je hem zelf meedelen. Een juiste diagnose is uiteraard essentieel om je verder te kunnen helpen.
 
Langs de andere kant ben je als patiënt ook afhankelijk van de informatie die de arts aan jou geeft. Je moet immers goed weten wat je precies moet (of niet mag) doen om te genezen of de aandoening te stabiliseren (medicatie nemen, rusten, zich verder laten onderzoeken, enz.). De informatie die de arts geeft, moet voor jou duidelijk en begrijpelijk zijn, want een slechte communicatie kan negatieve gevolgen hebben. Indien je veel belang hecht aan wat je arts zegt, zal je immers doen wat hij je adviseert.

Een goede communicatie is ook noodzakelijk voor de vertrouwensband met je arts. Indien je geen vertrouwen hebt in je arts, zal je minder geneigd zijn hem alles te vertellen. Dit kan de diagnose en therapie in gevaar brengen. Omgekeerd moet de arts jou het gevoel geven dat je bij hem terecht kan met jouw verhaal. Hij moet (in de mate van het mogelijke) tijd voor je vrijmaken zodat jij je verhaal volledig kan doen.

Daarnaast is een volledig overleg met je arts van belang voor de keuze van de behandeling. De arts geeft zijn medische kennis over de aandoening, de mogelijke behandelingen, de gevolgen van een behandeling, enz. Jij informeert de arts over jouw levensstijl, persoonlijke waarden, voorkeuren, overtuigingen, enz. Binnen dit overleg is het belangrijk dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de voor- en nadelen van elke mogelijke behandeling. De uiteindelijke behandelingskeuze is dan het resultaat van een gezamenlijk beslissingsproces.

Een ziekte of aandoening gaat meestal gepaard met bepaalde emoties. Het is niet onbelangrijk om hierover te communiceren. Bepaalde gevoelens zoals angst, kunnen jouw behandelingskeuze mee bepalen. Het is dus belangrijk dat deze gevoelens een plaats krijgen of dat ze beantwoord worden. Dit kan via een goede communicatie.


Communicatiestoornissen

Hoe komt het dat het vaak misloopt met die communicatie? Ten eerste is het medische jargon voor jou als patiënt vaak onduidelijk. Zorgverleners staan hier niet altijd bij stil. Ze denken de nodige informatie te hebben gegeven, maar eigenlijk heb je niet alles begrepen.

Bovendien komt de berichtgeving van de arts vaak op een emotioneel moment. Van de informatie die je dan krijgt, pik je meestal niet alles op. Als de dokter bijvoorbeeld zegt dat je een agressieve kanker hebt en meteen daarna uitlegt wat de mogelijkheden van behandeling zijn, zal je dit niet meer horen. Je bent immers van streek door het feit dat je kanker hebt.

Voor dokters is het ook niet altijd evident om de volledige ‘hulpvraag’ aan de oppervlakte te brengen. Zij zijn hier niet altijd voor opgeleid. Hun opleiding spitst zich in de eerste plaats toe op het aanpakken van medische problemen. Als je met een klacht naar de dokter komt, zal die meteen al zijn medische kennis overlopen. Vaak volgt dan een uitleg met veel moeilijke woorden en eventueel een voorschrift. Maar soms ben je hier niet mee geholpen. Achter jouw klacht zit misschien nog een andere vraag of omwille van jouw klacht maak je je ook zorgen om andere dingen. Je hebt bijvoorbeeld keelpijn en je vraagt je vooral af of je morgen je zangexamen wel kan doen. Of je hebt een verhaal over iemand gehoord die gestorven is aan keelkanker en het begon allemaal met een onschuldige keelpijn. Signaleer deze bijkomende vragen of achterliggende problemen aan je dokter.


Communicatieregels bij de dokter

1. Bereid je voor

Thuis had je ongetwijfeld al in gedachte wat je allemaal ging zeggen en vragen aan de dokter, maar tijdens de consultatie komt het er niet van. Omdat je zenuwachtig bent of omdat je de dingen gewoon vergeten bent. Om dit te vermijden, kan je vooraf een lijstje maken met de zaken die je zeker wil zeggen en vragen.

Het bijhouden van een dagboek kan ook nuttig zijn. Zeker als je een chronisch probleem hebt. Je noteert bijvoorbeeld wanneer je precies een astma-aanval had, wat je die dag hebt gegeten en gedaan, enz. Dit kan belangrijk zijn om een zo correct mogelijk beeld te krijgen van de totale situatie of de laatste evoluties. Achteraf ben je meestal vergeten wanneer je precies last had van bepaalde symptomen.

2. Spreek

Achter je klacht kan veel meer zitten. Er zijn misschien nog andere problemen waar je mee zit of er is misschien iets ernstiger aan de hand waar je zelf niet meteen aan denkt. Indien jouw arts je al langer kent, voelt hij misschien zelf aan dat er meer is, maar je mag hier niet op rekenen. Een arts is geen helderziende en kan niet zomaar alles zelf detecteren. Probeer daarom zelf zoveel mogelijk te zeggen, je hebt er alle belang bij.

Geef zoveel mogelijk informatie. Doe je verhaal grondig en gedetailleerd. Iets wat voor jou een detail lijkt te zijn, kan misschien het ontbrekende stukje zijn om de diagnose te kunnen vaststellen. Vertel ook wat je al zelf tegen het probleem hebt gedaan: een pijnstiller genomen, een zalfje gesmeerd, gerust, enz. Vermeld ook de alternatieve behandelingen.

3. Wees open en eerlijk

Probeer niets te verzwijgen tijdens je verhaal aan de dokter. Je hoeft je niet schuldig of beschaamd te voelen. Het is vervelend om te zeggen dat je uitslag hebt op een intieme plaats, voortdurend last hebt van een slechte adem of soms een glaasje te veel drinkt. Maar iedereen kan hiermee te maken hebben. De dokter heeft het allicht nog al gehoord en gezien in zijn praktijk. Hij zal je daarom niet veroordelen. Bovendien is hij gebonden aan zwijgplicht. Hij mag het aan niemand doorvertellen. Wees dus open.

Dingen verzwijgen, kan in je eigen nadeel uitdraaien. De diagnose kan misschien verkeerd zijn door ontbrekende informatie. En de klachten die je niet vermeldt, kunnen niet verholpen worden. Zeg gerust dat je gestopt bent met een bepaald geneesmiddel omdat je er misselijk van werd, de dokter kan je misschien een ander geneesmiddel voorschrijven.
Vermeld niet alleen de fysische symptomen, maar zeg ook wat je denkt en wat je voelt. Hierdoor komt de volledige hulpvraag naar boven en kan de dokter je eventueel geruststellen. Ben je bang omdat je allerlei dingen hebt horen vertellen over die bepaalde ziekte? Vertel dit! De dokter kan zeggen of het klopt of niet. Ben je bang voor een bepaald onderzoek? Vraag of de dokter uitlegt wat er precies zal gebeuren, dan weet je wat je te wachten staat.

4. Durf vragen stellen

De uitleg van de dokter is misschien niet duidelijk. Het kan ook zijn dat de dokter niet spontaan zelf bijkomende informatie geeft. Aarzel in deze gevallen niet om meer uitleg te vragen. Je bent niet dom als je dit doet. Dokterslatijn is niet altijd begrijpbaar voor de patiënt en dokters staan hier niet altijd bij stil. Verlaat de dokter niet vooraleer je duidelijk hebt begrepen wat hij gezegd heeft. Herhaal zijn verhaal desnoods in je eigen woorden zodat de dokter kan nagaan of je het allemaal correct hebt begrepen.

Omgekeerd moet je natuurlijk ook aannemen dat de dokter soms jouw verhaal niet goed begrijpt en dat hij aan jou vragen stelt voor meer duidelijkheid. Antwoord hierop. Het is in je eigen belang dat de dokter een volledig beeld krijgt van je medische toestand.

Probeer de vragen die voor jou het belangrijkste zijn in het begin van het gesprek te stellen. Zodoende weet de dokter wat je belangrijk vindt en kan hij aan die punten zeker aandacht schenken. En zo voorkom je dat je op het einde nog met vragen zit die je niet meer durft te stellen omdat de dokter het gesprek aan het afronden is.

Als het om een moeilijk onderwerp gaat of je krijgt slecht nieuws, kan het helpen om iemand mee te nemen naar de consultatie. Die persoon kan je emotioneel en praktisch ondersteunen door mee te luisteren en belangrijke informatie te noteren. Let wel op dat je zelf actief aan het gesprek blijft deelnemen, zodat er niet over je hoofd wordt gepraat. Je kan ook aan de arts vragen om een ‘familiegesprek’ te organiseren. Op die manier kan hij alles op één moment aan iedereen uitleggen en voorkom je dat je achteraf foutieve informatie geeft aan je familie. Bij een zware diagnose, kan de aanwezigheid van familie ook een steun betekenen.

Het is belangrijk dat je vraagt wat de waarschuwingssignalen zijn in jouw situatie. Bij welke nieuwe symptomen kom je best opnieuw of sneller dan afgesproken terug naar de dokter? Een consultatie is een momentopname, een onschuldig iets kan evolueren naar iets ernstiger.

Wanneer je een bepaalde therapie moet volgen of heel wat geneesmiddelen moet slikken, is het aan te raden om een schema te vragen. Op die manier voorkom je dat je de dag erna vergeten bent wanneer je precies welk medicijn moet nemen. Vraag eventueel ook nog extra informatie om thuis in alle rust door te nemen. Een patiëntenfolder, een boek, het adres van een website, enz. Bij een volgend bezoek weet je al beter waarover het gaat en kan je gerichter vragen stellen.

5. Een beetje geduld

Om een correcte diagnose te kunnen stellen, moet een arts verschillende mogelijke oorzaken voor de symptomen onderzoeken en dat kan soms wat tijd en bezoeken aan de dokter kosten. Heb hiervoor begrip. Het is beter wat langer te wachten om dan een correcte diagnose te krijgen dan meteen een verkeerde diagnose te krijgen.

Als er een diagnose is, kan het zijn dat de dokter niet meteen kan voorspellen hoe het allemaal zal lopen. Een ziekte verloopt immers niet bij iedereen op dezelfde manier. Hierdoor is het niet mogelijk om het verloop van de ziekte in te schatten. Soms kan het zelfs gebeuren dat er geen diagnose kan worden gesteld, ondanks de vele tests en consultaties. Artsen kunnen niet alles oplossen.

6. Dokters zijn ook maar mensen

Ook dokters hebben hun sterktes, zwaktes, zekerheden en onzekerheden. Ze kunnen niet op alle vragen een pasklaar antwoord bieden. De medische wetenschap kent elke dag een vooruitgang, maar heeft geen antwoord voor alle aandoeningen en symptomen.

De dokter heeft naast zijn praktijk ook een privéleven en het is dus normaal dat hij niet elke minuut van de dag klaar kan staan voor jou of dat hij ook eens met zijn gedachten ergens anders zit. Bovendien heeft de dokter veel patiënten in zijn praktijk. Hierdoor is het voor hem niet mogelijk om uren te spenderen aan één patiënt. Het kan gebeuren dat hij geen tijd kan vrijmaken. Heb hiervoor begrip en bel op een ander moment terug. Dit wil uiteraard niet zeggen dat hij je als een nummer moet behandelen. Maar je zou het ook niet appreciëren dat als jij op consultatie bent, de dokter minutenlang aan de telefoon hangt met een andere patiënt.

Communiceer zelf voldoende. Iedereen is anders en gaat verschillend om met een bepaalde ziekte. Je wilt graag door de dokter behandeld worden op een manier die jij graag hebt. Maak aan de dokter duidelijk wat voor jou belangrijk is zodat hij hiermee rekening kan houden.


Checklist

Indien je geneesmiddelen moet innemen, een onderzoek moet ondergaan of naar het ziekenhuis moet, is het aan te raden om op voorhand een checklist op te maken van zaken die je zeker moet vragen.

Geneesmiddelen

Indien je voor de eerste keer een bepaald geneesmiddel neemt, ben je best goed op de hoogte van wat je neemt en wanneer je dit moet nemen. Het is immers erg belangrijk dat je een geneesmiddel correct inneemt. Neem daarvoor geen voorbeeld aan je buurman of vriend, want niet iedereen moet een geneesmiddel op dezelfde manier innemen.

Laat de dokter een schema maken, zeker wanneer je meer dan één middel per dag moet nemen. In het schema komt de naam en functie van elk geneesmiddel, het tijdstip wanneer je de medicatie moet nemen en hoe vaak je ze moet nemen. Stel voldoende vragen. Hoe weet je of het werkt? Hoelang moet je het gebruiken? Mag je alcohol drinken? Zijn er goedkopere geneesmiddelen? Wat als je het een keer vergeet in te nemen? Enz. Ook handig is een doosje waarin je je pillen kan klaarleggen voor de hele week, zeker als je meerdere medicijnen tegelijk moet nemen.

Vermeld zeker aan de dokter welke geneesmiddelen je al neemt, ook alternatieve medicatie en kruiden. Sommige geneesmiddelen mogen immers niet samen gebruikt worden om schadelijke wisselwerkingen te vermijden. Indien je een vaste arts hebt, is het aan te raden om bij hem een globaal medisch dossier te laten aanleggen. Dan kan de dokter ook zelf bijhouden welke medicatie je allemaal neemt.

Gooi de bijsluiter niet weg. Indien je iets ongewoons merkt, lees hem dan goed na. Als je denkt dat je een nevenwerking hebt, neem je best contact op met je arts. Maar laat je ook niet op stang jagen door de soms erg lange lijst met nevenwerkingen. De meeste zijn zeldzaam.

Onderzoek

Informeer je op voorhand. Waarvoor dient het onderzoek? Hoe moet je je voorbereiden? Moet je nuchter zijn? Hoe zal het onderzoek gebeuren? Bij een MRI-scan moet je bijvoorbeeld in een smalle, lange pijp liggen. Indien je niet op voorhand wordt gerustgesteld, kan dit beangstigend zijn. Is het onderzoek pijnlijk? Kan het kwaad dat je een pacemaker of prothese hebt? Waar moet je zijn en wanneer? Moet je iets meebrengen? Vraag ook hoe de resultaten zullen worden meegedeeld. Moet je zelf een nieuwe afspraak maken voor de bespreking van de resultaten of wordt er contact met je opgenomen?

Wanneer het onderzoek heeft plaatsgevonden, vraag je best een grondige nabespreking. Ga hiervoor op consultatie. Vraag de resultaten niet via de telefoon, want dan zit de dokter misschien met zijn aandacht bij een andere patiënt die bij hem zit. Vraag goed wat de resultaten precies zeggen over je gezondheidstoestand, je ziekte en de evolutie daarvan. Vraag wat je verder moet doen. Moet bijvoorbeeld het dieet worden aangepast? Of is er misschien een nieuw onderzoek nodig? Zo ja, wanneer?

Ziekenhuisopname

Van een medische ingreep kan veel afhangen. Om hierover een juiste beslissing te kunnen nemen, moet je voldoende op de hoogte zijn. De ingreep wordt ook minder angstaanjagend indien je voldoende geïnformeerd bent. Vooraleer je de knoop doorhakt om een ingreep te laten doen, stel je dus best een aantal vragen. Is de ingreep nodig? Waarom wel of niet? Zijn er alternatieve mogelijkheden? Wat zal er gebeuren tijdens de operatie? Zijn er risico’s aan verbonden? Welke invloed heeft dit op jouw ziekte/aandoening? Enz.

Wanneer er dan een opname met eventuele ingreep plaatsvindt, informeer je dan ook hierover goed op voorhand. Waar en wanneer moet je je aanmelden en welke documenten dien je mee te nemen? Moet je nuchter zijn of stoppen met bepaalde medicatie voor de operatie? Je maakt best thuis al een lijstje met de medicatie die je neemt en andere aandoeningen die je hebt of hebt gehad. Dat kan belangrijk zijn voor de ingreep. De anesthesist komt meestal op je kamer langs om dergelijke vragen te stellen en dan vergeet je hem zeker niets te melden.

Stel vragen over de ingreep zelf. Dan weet je wat je te wachten staat. Hoe lang duurt de ingreep? Hoe zal je je daarna voelen? Vanaf wanneer mag je terug bezoek krijgen? Moet je lang in het ziekenhuis en/of in bed blijven? Kan je alleen naar huis? Enz.

Probeer je op voorhand te informeren over wat de ziekenhuisopname je zal kosten. In het ziekenhuis kan je vragen om een raming te maken van de factuur. Indien je er naar vraagt, moet de arts je op voorhand op de hoogte brengen van de mogelijke kosten. Hij zal nog geen volledig juist bedrag kunnen meegeven, maar wel een schatting. Dit geldt ook voor artsen buiten het ziekenhuis, bijvoorbeeld voor de tandarts die bij jou een tand gaat trekken. Bij je ziekenfonds kan je ook terecht voor meer informatie hierover.
Vergeet niet bij opname in het ziekenhuis het getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid te laten invullen. Dit moet op tijd bij je ziekenfonds geraken, anders kan je je uitkering verliezen. Indien je een tijd niet kan werken (of stempelen), krijgt je immers een vervangingsinkomen van de mutualiteit. Wanneer je precies overschakelt van het gewone loon of de gewone werkloosheidsuitkering naar het vervangingsinkomen, is afhankelijk van je statuut (bediende, zelfstandige, interim, enz.). Breng ook je huisarts op de hoogte of laat hem op de hoogte brengen. Hij kan jouw medische situatie mee opvolgen en de opname mee in het dossier steken dat hij van jou heeft. Dit is belangrijk voor toekomstige consultaties.

Wanneer je het ziekenhuis mag verlaten, zijn er ook nog enkele dingen die je moet navragen. Welke geneesmiddelen moet je nemen en voor hoelang? Mag je zomaar rondlopen of moet je stil liggen? Heb je tijdelijke hulpmiddelen nodig? Moet er hulp worden ingeschakeld? Zal het herstel lang duren? Moet je een dieet volgen of je activiteiten aanpassen? Enz.


Pijn

Ten slotte gaat onze speciale aandacht uit naar pijn. Chronische en acute pijn maken deel uit van het dagelijkse leven van heel wat mensen. Helaas wordt het probleem vaak geminimaliseerd, verborgen of verzwegen. Pijn is ook meestal moeilijk te vatten omdat het een vreemde combinatie is van fysieke en emotionele ongemakken.

Veel mensen praten niet over de pijn die ze lijden. Ze voelen zich geïsoleerd, ze ervaren een tekort aan begrip of een luisterend oor, ze willen hun naasten niet belasten, ze zijn bang van reacties, enz. Toch is het belangrijk dat je praat over de pijn die je voelt. Pijn is immers onzichtbaar. Voor een arts is er maar sprake van pijn indien je hem dit vertelt. Hij kan dus ook alleen maar helpen indien je de pijn niet verzwijgt of verbergt.

Mensen die ouder worden, hebben vaker last van pijn. Een voorbeeld is reuma. Deze pijn mag niet geminimaliseerd worden door te stellen dat een hoge leeftijd nu eenmaal gepaard gaat met pijn. Ook ouderen moeten hierover kunnen communiceren. Al is dat voor hen soms moeilijker. Soms laat de fysieke toestand dit niet toe, bijvoorbeeld als ze verzwakt zijn of concentratiemoeilijkheden hebben. Ook de perceptie van pijn speelt een rol. Het kan zijn dat de pijnprikkels moeilijk te interpreteren zijn omwille van geheugenstoornissen. Een slecht gehoor kan de communicatie ook bemoeilijken.

Ongeacht de leeftijd, is de persoon met pijn de belangrijkste schakel in de strijd tegen de pijn. Indien het moeilijk is om over de pijn te praten, moet hij op alle mogelijke manieren hulp krijgen. Er bestaan hiervoor hulpinstrumenten zoals een gestandaardiseerde vragenlijst, een meetschaal, een dagboek, enz. Vraag ernaar bij je dokter!

 

Laatste aanpassing: 08/04/2009

Home | Contact | Sitemap | Kies regio

socmut.be copyright 2004-2006
Privacy Disclaimer