Cuba heeft na de revolutie enorme inspanningen geleverd op het vlak van onderwijs en gezondheid. Zelfs in de uitzonderlijke periode heeft men alles op alles gezet om de sociale sector zoveel mogelijk te vrijwaren van besparingen. Er is een uitgebreid net van gratis onderwijs en gezondheidszorg, van het laagste tot het hoogste niveau en voor iedereen toegankelijk. De belangrijkste doodsoorzaken in Cuba stemmen overeen met die van de rijkste landen. Cuba geniet zelfs van ‘gezondheidstoerisme’.
Wat huisvesting betreft, heeft iedereen een dak boven zijn hoofd, maar de staat van heel wat huizen laat veel te wensen over. Meer dan 90% van de bevolking beschikt over water en elektriciteit.
De laatste jaren zien we echter dat het onderwijs en de gezondheidszorg geleden hebben onder de slechte economische situatie. De economische heropleving van het land is daarom een noodzaak om de sociale verworvenheden te kunnen behouden.
Net als in andere landen laten de devaluatie van de dollar en de stijging van de petroleumprijzen ook in Cuba hun sporen na. De prijzen van voeding, petroleum en andere importproducten schoten de hoogte in.
Tijdens de verkiezingen van februari 2008 besloot Fidel Castro op de achtergrond te blijven. Zijn jongere broer Raúl nam het roer over. Cuba zit sinds begin jaren negentig in een overgangsperiode, die nu lijkt in een stroomversnelling te geraken. Er staan Cuba ongetwijfeld interessante ontwikkelingen te wachten.