De voorbije jaren gold Peru als hét succesvoorbeeld van macro-economische groei in de regio. Ondanks de economische groei kent Peru extreme ongelijkheid en sociale uitsluiting. In dit land – bejubeld om zijn economische ontwikkeling – leeft ruim de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Bijna één Peruaan op vier moet rondkomen met minder dan 1 dollar per dag.
Eén arbeider op drie verdient minder dan het wettelijke minimumloon. Dat minimumloon bedraagt momenteel 130 euro per maand, terwijl een gezin van vier personen gemiddeld 322 euro nodig heeft om te voorzien in de hoogstnoodzakelijke basisgoederen en –diensten. Vrouwen verdienen daarbij nog eens 42% minder dan mannen : 394 soles of 94 euro per maand tegenover 682 soles of 162 euro voor mannen.
Op het gebied van gezondheid laat de situatie te wensen over. Bijna de helft van de Peruanen heeft geen ziekteverzekering. De uitsluiting is het grootst in landelijke en geïsoleerde gebieden, zoals de junglezones waar men koffie teelt. Ook kleine boeren en zelfstandigen in de informele economie vallen uit de boot. Ruim 30% van de bevolking heeft geen toegang tot gezondheidszorg. Op het platteland is het gezondheidsaanbod bovendien ontoereikend en van erbarmelijke kwaliteit.