Mozambique heeft op veel vlakken een overgangsperiode achter de rug. Het land evolueerde van oorlog naar vrede, van eenpartijstaat naar een meerpartijensysteem, van planeconomie naar markteconomie en van een centraal geregeerd land naar een systeem waarbij de burgers betrokken worden bij het beleid.
Toch is de socio-economische situatie van de grote meerderheid van de gewone bevolking amper verbeterd. Hoewel het bruto binnenlands product in 2007 met 7,5 procent steeg, blijft de enorme kloof tussen arm en rijk bestaan. 70 % van bevolking woont op het platteland en probeert te overleven van kleinschalige landbouw. 49 procent van de Mozambikanen leeft met een inkomen van minder dan 1 dollar per dag. Voor hen is gezondheidszorg geen vanzelfsprekendheid.
Op vak van gezondheids is de hiv/aids-epidemie een bekend probleem.
Minder bekend echter is het feit dat de meerderheid van de bevolking geen toegang heeft tot medische zorgen. Dit gebrek aan toegang heeft een aantal verschillende oorzaken. Ten eerste is er de lange afstand tot dichtstbijzijnde gezondheidsposten, vooral voor mensen die in afgelegen rurale gebieden wonen. Ten tweede is er een gebrek aan kwaliteit door een gebrek aan medicijnen of geschoold personeel. Wegens de onderbetaling van het personeel migreren die massaal naar het buitenland. Mozambique telt slechts ruim 700 artsen op een bevolking van inmiddels 21 miljoen inwoners (vergelijk: in België zijn er meer dan 400 artsen per 100.000 inwoners).
Ten derde is er de kost van bepaalde behandelingen voor de arme Mozambikanen die in de uitgestrekte sloppenwijken van Maputo en provinciesteden of op het platteland wonen. De stijgende prijzen van voedsel en andere basisbehoeften, zoals transport, lampenolie, zeep, waspoeder, maar ook schoolmateriaal en simpele landbouwwerktuigen, zorgen dat er nog minder geld beschikbaar is voor gezondheidsdiensten en medicatie.
Een kleine minderheid van de bevolking heeft via privé-verzekeringen toegang tot de betere privé- gezondheidszorg, met name in de hoofdstad Maputo waar een lokale elite en een zeer kleine middenklasse dankzij een toenemende koopkracht dergelijke privé-zorgen kunnen betalen. Maar ook hier staat de kwaliteit onder druk omdat winst belangrijker wordt dan het welzijn van de patiënten.
De Voorzorg Limburg steunt fos in haar gezondheidswerking in Mozambique. fos is het land reeds actief sinds eind jaren zeventig. Door de oorlogssituatie, die duurde tot in 1992, was de samenwerking toen vooral gericht op noodhulp en heropbouw. Nu werken ze vooral met vakbonden en boerenbonden rond de thema’s van waardig werk en gezondheid.