Meer dan 10% van de bevolking is drager van het hiv-virus, waaronder iets meer vrouwen dan mannen. Meer en meer mensen met hiv kunnen een behandeling met antiretrovirale medicatie volgen, die de ontwikkeling van aids afremt.
Dat is nu voor 20 tot 30% van de patiënten, vooral in de steden, het geval. Maar voor het merendeel van de seropositieve bevolking, zeker op het platteland, is zo’n behandeling nog steeds onbereikbaar. Bovendien moet men de behandeling combineren met een voedzaam en uitgebalanceerd dieet.
Een immense uitdaging in een land waar bijna de helft van de kinderen tussen zes maanden en vijf jaar ondervoed is. Discriminatie is een ander heikel punt in de strijd tegen hiv/aids. Heel wat mensen verkiezen te sterven zonder dat hiv ooit aangetoond wordt, dan zich te laten testen en te leven met de stempel ‘hiv-positief’.
Ondanks alle aandacht die naar aids gaat, is malaria waarschijnlijk doodsoorzaak nummer één. De plattelandsklinieken beschikken over medicatie maar vaak worden de zieken, waaronder veel kinderen, te laat naar de kliniek gebracht. Een ander probleem is dat zieken vaak zware antimalariamedicijnen voorgeschreven krijgen zonder dat er eerst een test plaatsvindt, wat een zware belasting betekent voor hun gezondheid.