De onafhankelijkheid van Angola en Mozambique in 1975 en van Zimbabwe in 1980 doen de kansen keren. De frontlijnstaten vormen een anti-apartheids beweging die het ANC helpt in hun strijd.
In de townships, de zwarte woonwijken rond de grote steden, groeit het verzet. In 1976 start een grote protestcampagne van zwarte scholieren tegen het verplichte Afrikaans in het onderwijs. Tijdens een protestdemonstratie in Soweto doodt de politie twee scholieren. Dit vormt meteen het begin van massale en langdurige acties. Meer dan duizend jongeren vallen onder de kogels van leger en politie.
Ook de internationale publieke opinie wordt wakker. Activisten in Europese landen steunen het verzet tegen de Apartheid door politiek lobbywerk, door druk en sensibilisatie. Boycot van Zuid-Afrikaanse producten is één van de middelen.