Als de oudere onvoldoende middelen heeft, kan zij/hij een beroep doen op het bevoegde OCMW. Dit is het OCMW van de gemeente waar de oudere is ingeschreven vóór de opname.
Het OCMW kan pas een tussenkomst verlenen na onderzoek van de middelen van de oudere. De oudere zal eerst zijn pensioen en eventuele andere inkomsten moeten aanspreken.
Voldoen de inkomsten niet om de verblijfskosten te betalen, dan dienen zij aangevuld te worden met spaargelden, obligaties, .. De oudere kan deze gelden bij de ontvanger van het OCMW in bewaring geven. Dit is echter geen verplichting en dient steeds op vrijwillige basis te gebeuren.
Zijn ook de spaargelden opgebruikt of onbestaande, dan kan het OCMW een tussenkomst verlenen.