Opgesplitst naar geslacht nemen de vrouwen 61 procent van de stijging voor hun rekening en de mannen slechts 9 procent. Ook de totale invaliditeitsgraad (of de kans om invalide te worden) is tussen 1999 en 2008 gestegen met een kleine 1 procent tot 5,91 procent.
Belangrijke algemene opmerking is dat cijfers over activiteitsgraad en invaliditeit nooit te begrijpen zijn zonder demografische duiding en kennis van veranderende wetgeving. Zo blijft de toename van invaliden grotendeels verklaard te worden door het nog steeds stijgend aantal mensen op beroepsactieve leeftijd, dus de potentiële doelgroep. Het eerder spectaculair stijgingspercentage bij de vrouwen blijkt alles te maken te hebben met het voortschrijdend gevolg van het optrekken van de pensioenleeftijd voor vrouwen tot 65 jaar. Hoe later vrouwen pas op pensioen kunnen, hoe meer kans ze ook maken om invalide te worden.
Het Riziv-rapport bespreekt ook kort welke ziektebeelden aan de basis liggen van invaliditeit. Deze cijfers leren dat een toenemend aantal ziekten chronisch worden (kanker bv.), wat wijst op vooral een verdere vooruitgang van bepaalde medische therapieën. Verontrustende vaststelling is dat het aantal invaliden met psychische stoornissen niet alleen blijft toenemen maar ook in omvang de belangrijkste ziektegroep blijft.