Op zondag 8 oktober kiezen we niet alleen een nieuwe gemeente- en provincieraad, de uitslag is ook bepalend voor de samenstelling van de OCMW-raad. In de praktijk vormt hij immers een afspiegeling van de politieke machtsverhoudingen in de gemeenteraad. Wat doet het OCMW en waar haalt het zijn werkingsgelden vandaan? Voor een antwoord op deze en andere vragen gingen wij te rade bij Magda Raemaekers en Luc Carsauw, beiden uittredend OCMW-voorzitter.
Zowel Magda Raemaekers als Luc Carsauw kunnen prat gaan op een voorbeeldige staat van dienst binnen de socialistische beweging én de gemeentelijke politiek. Zij heeft jarenlang gewerkt op het nationaal partijsecretariaat en op verschillende ministeriële kabinetten. In haar woonplaats Herk-de-Stad zetelde ze tot 2003 als schepen van Sociale Zaken om vervolgens de overstap te maken naar een quasi fulltime OCMW-voorzitterschap. De professionele werkkring van Luc Carsauw situeert zich binnen de mutualistische beweging. Sinds midden de jaren tachtig bekleedt hij de belangrijke functie van schatbewaarder van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten. In Rumst rondt hij straks zijn tweede en tevens laatste ambtsperiode af als OCMW-voorzitter. "Ik neem met veel spijt in het hart afscheid. Ik heb mijn mandaat altijd aanzien als een verlengstuk van mijn sociaal engagement, met een direct en persoonlijk contact met mensen die het niet breed hebben of die door omstandigheden in de problemen zijn geraakt. In een kleine gemeente is de OCMW-voorzitter niet zelden een echte vertrouwenspersoon voor dat deel van de bevolking dat steun en begeleiding nodig heeft. Dat ik ermee ophoud, heeft te maken met nieuwe verantwoordelijkheden op beroepsvlak. De combinatie van een drukke baan met een arbeidsintensief politiek mandaat weegt zwaar en is een bedreiging gaan vormen voor mijn gezondheid. Om die reden is het beter dat ik nu plaatsmaak voor jonge en nieuwe kandidaten op de lijst. Ik wens hen trouwens alle succes toe."
Magda Raemaekers: "Door de snelle vergrijzing van de bevolking is ons werkterrein de voorbije jaren almaar uitgebreid. Ik verwijs naar de verschillende vormen van thuiszorg en thuishulp, naar dagopvang en naar beschut wonen. Daarnaast besteden wij almaar meer aandacht en tijd aan budgetbegeleiding en aan het zoeken van aangepaste tewerkstelling voor mensen die door omstandigheden zonder baan zitten. Vast werk biedt de garantie op een vast inkomen, bovendien versterkt het de eigenwaarde van de persoon in kwestie. Wanneer ik alles op een rijtje zet, stel ik vast dat het OCMW – binnen de gemeente – de eerste aanspreekpartner is voor hulpbehoevende mensen. Daarom moeten wij erover waken dat het OCMW zijn laagdrempelig karakter behoudt."
Hulp verstrekken kost geld. Luc Carsauw: "Het budget is sterk afhankelijk van de samenstelling én van de tewerkstellingsgraad van de plaatselijke bevolking alsook van de aanwezigheid van eigen verzorgingsinstelling(en) in de vorm van een rusthuis en/of een zorgcentrum. Ook de zorg voor asielzoekers heeft invloed op het budget. Onze werkingsmiddelen bestaan in hoofdzaak uit overheidssubsidies en uit eigen inkomsten, via dienstencheques bijvoorbeeld. Het tekort wordt bijgepast door de gemeente binnen de afspraken die hierover zijn gemaakt tussen de gemeenteraad en de OCMW-raad. Vanaf de volgende legislatuur kan de OCMW-voorzitter trouwens zetelen in het college van burgemeester en schepenen, met de bedoeling om de uitwisseling van informatie te optimaliseren. Dit geldt ook naar de bevolking toe; hoe beter zij wordt geïnformeerd, hoe beter zij kan omgaan met haar rechten én plichten. Ik wil daarmee zeggen dat ik voorstander ben van een zo groot mogelijke solidariteit met hulpbehoevende mensen. Voor profiteurs van het systeem heb ik daarentegen geen goed woord over."
Urbain Vandormael