Als patiënt heeft men recht op een “kwaliteitsvolle” verzorging. Dit betekent dat de verzorging moet beantwoorden aan de zorgvuldigheidsnorm. Hiervoor grijpt men terug naar het abstract begrip van een normale, bekwame en voorzichtige zorgverlener die in dezelfde omstandigheden geplaatst wordt.
Voorbeeld: Carine gaat voor een behandeling bij een huisarts. Deze moet haar behandelen zoals elke andere normale, bekwame en voorzichtige huisarts haar zou behandelen.
Een zorgverlener moet zijn patiënt behandelen met respect voor diens menselijke waardigheid en zijn zelfbeschikkingsrecht en dit zonder enig onderscheid te maken.
Elke patiënt heeft dus recht op dezelfde kwaliteitsvolle verzorging en dit zonder rekening te houden met geslacht, geloof, geaardheid, afkomst, financiële situatie enz.
Voorbeeld: Fatima is een moslima van Marokkaanse afkomst. Dit mag niet het minste verschil maken in de behandeling door de arts.
Voorbeeld: Gert heeft het financieel niet breed. Zijn huisarts is hiervan op de hoogte. Bij de keuze van een behandeling mag dit echter geen rol spelen en moet de keuze gemaakt worden om medische redenen zoals voor alle andere patiënten.
Dit recht staat niet gelijk met de plicht op een behandeling; een zorgverlener kan en moet zelfs een behandeling die hij/zij medisch nutteloos of zonder medische indicatie beschouwd weigeren.
Voorbeeld: een 16-jarig meisje vraagt aan een arts om haar te steriliseren en dit zonder enige medische reden maar om de wereldbevolking niet te laten groeien. De arts moet dit weigeren.
Voorbeeld: Helen vraagt aan een plastisch chirurg om een borstvergroting uit te voeren en dit omdat haar echtgenoot dit wenst. De chirurg moet nagaan of een dergelijke ingreep wel medisch verantwoord is en ook wel gewenst wordt door Helen zelf.
Wanneer een zorgverlener dit recht met de voeten treedt en de patiënt leidt hierdoor schade, komt men op het terrein van de medische fouten.
Het recht op behandeling houdt eveneens in dat de patiënt recht heeft op adequate pijnbestrijding.