Home | Contact | Sitemap | Kies regio

 

   

Toestemming voor elke behandeling

Elke zorgverlener is verplicht om voor elke behandeling de toestemming te hebben van de patiënt.

Dit geldt voor artsen maar ook voor de andere zorgverleners. Zo moet een verpleegster bijvoorbeeld de toestemming hebben alvorens zij een infuus mag steken. Deze toestemming kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden gegeven.

Een uitdrukkelijke toestemming kan zowel mondeling als schriftelijk bekomen worden. Voor sommige behandelingen is de schriftelijke toestemming echter vereist (bvb. Abortus, euthanasie).

Bij een schriftelijke toestemming noteert de arts de toestemming in het medisch dossier.
De patiënt heeft het recht om aan zijn arts te vragen zijn toestemming of weigering uitdrukkelijk te vermelden in het medisch dossier.Een stilzwijgende toestemming kan afgeleid worden uit het gedrag van de patiënt.

Voorbeeld: een arts legt aan Carine uit dat er een bloedafname moet gebeuren. Carine stemt hier niet uitdrukkelijk mee in maar steekt wel dadelijk haar arm uit zodat de arts de afname kan uitvoeren. Uit het gedrag van Carine kon de arts terecht afleiden dat zij haar toestemming gaf voor de behandeling.

Alvorens een patiënt een toestemming kan geven moet de arts wel alle relevante informatie verstrekt hebben (zie patiëntenrecht 3: recht op informatie) zodat de patiënt met kennis van zaken zijn beslissing kan nemen.

Een patiënt heeft ook steeds het recht om een behandeling te weigeren en dit zonder zich te moeten rechtvaardigen. De arts heeft op dat ogenblik de verplichting om duidelijke informatie te geven aan de patiënt over de medische gevolgen van zijn/haar weigering maar de uiteindelijke beslissing blijft bij de patiënt.

De arts kan alternatieve behandelingen voorstellen. Een arts kan niet stoppen met elke behandeling enkel wegens het feit dat een patiënt een behandeling geweigerd heeft. Het recht op een kwaliteitsvolle verzorging blijft bestaan en de noodzakelijke basisverzorging moet gewaarborgd blijven.
Een patiënt heeft ook het recht om zijn reeds gegeven toestemming terug in te trekken.
Het is de patiënt die zijn toestemming of zijn weigering moet bekend maken.
In een aantal gevallen zal dit echter problemen geven.

Zo kunnen sommige patiënten op de spoedafdeling of patiënten die in coma zijn geen beslissing nemen omdat ze niet bewust zijn. De wet voorziet voor deze gevallen dat de samenwonende partner, meerderjarig kind, de ouder, meerderjarige broer of zus in deze volgorde de uiteindelijke beslissing in de plaats van de patiënt kunnen nemen. Indien er geen familielid aanwezig is of er onenigheid is, neemt de arts zelf de beslissing in het belang van de patiënt.

Voorbeeld: Patrice wordt na een ongeval bewusteloos binnengebracht op de spoedafdeling van een ziekenhuis. Hij moet een dringende operatie ondergaan. Het ziekenhuis tracht de familie van Patrice te contacteren doch slaagt daar niet in op korte termijn. De arts neemt op dat ogenblik in het belang van de patiënt de beslissing om door te gaan met de operatie.

Bij een minderjarige patiënt wordt de toestemming gevraagd aan de ouders. De minderjarige moet hierbij wel betrokken worden rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit.

Voorbeeld: de arts stelt een behandeling voor Hans van 4 jaar voor. De ouders geven de toestemming in plaats van Hans.
Voorbeeld: Grietje van 16 jaar vraagt aan haar huisarts om haar de anticonceptiepil voor te schrijven. De huisarts moet hiervoor geen toestemming vragen aan de ouders van Grietje indien deze laatste naar het oordeel van de arts zelf de maturiteit heeft om hierover te oordelen.

De toestemming van de personen die niet handelings- of wilsbekwaam zijn (voorbeeld: verlengde minderjarigen, onbekwaamverklaarden) wordt bekomen van hun officiële vertegenwoordiger.
De vertegenwoordiger in deze context kan niet gelijk gesteld worden met de vertrouwenspersoon.

De vertegenwoordiger neemt immers de beslissing in plaats van de patiënt terwijl de vertrouwenspersoon de patiënt enkel bijstaat maar niet vervangt.

Voorbeeld: Mariette vraagt steeds aan haar buurvrouw om haar te vergezellen bij haar doktersbezoeken. Deze buurvrouw heeft immers een opleiding als verpleegkundige en verstaat dus beter de uitleg van de arts. Wanneer Mariette echter in een coma raakt geeft haar echtgenoot de toestemming om een behandeling op te starten.

Patiënten kunnen ook op voorhand nadenken over hun toekomstige behandelingen en kunnen hierover beslissingen nemen. De patiënt kan enkel beslissen om in welomschreven omstandigheden welomschreven behandelingen te weigeren. Hij/zij kan dus enkel negatieve beslissingen nemen, geen positieve.

Een dergelijke wilsverklaring moet schriftelijk worden opgesteld. Ze is wettelijk bindend en onbeperkt in de tijd. Gezien omstandigheden echter kunnen wijzigen, is het aanbevolen om deze wilsverklaring op geregelde tijdstippen te bespreken met bijvoorbeeld de huisarts.

Voor een aantal specifieke situaties zijn eveneens wilsverklaringen mogelijk doch deze zijn gebonden aan andere specifieke voorwaarden. (voorbeeld: een euthanasieverklaring)

Voorbeeld: Robert lijdt aan een ernstige ziekte en beslist dat hij geen reanimatie wenst mocht hij in een coma geraken door zijn ziekte. Hij stelt een schriftelijke verklaring op in samenspraak met zijn behandelende arts waarin hij duidelijk vermeld welke behandeling hij weigert in welke omstandigheden.

Laatste aanpassing: 31/03/2008

Home | Contact | Sitemap | Kies regio

socmut.be copyright 2004-2006
Privacy Disclaimer