Het overlijden moet zo spoedig mogelijk aangegeven worden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de persoon overleden is. Dit gebeurt door een verwant van de overledene of door een derde persoon. In de meeste gevallen is het de begrafenisondernemer die dit regelt.
Medisch attest
De aangifte gebeurt aan de hand van een medisch attest opgemaakt door de geneesheer die de dood heeft vastgesteld. Wanneer het gaat om een niet-natuurlijke dood zal de arts op het medisch attest aangeven dat er bezwaar is tegen een begrafenis of crematie.
De identiteitskaart en het trouwboekje moeten voorgelegd worden. Aan de hand van deze documenten stelt de ambtenaar de overlijdensakte op. Ook het rijbewijs wordt ingeleverd. Is er geen trouwboekje, dan wordt de akte van overlijden opgemaakt aan de hand van de geboorteakte. U vraagt best onmiddellijk enkele uittreksels uit het overlijdensregister op. Deze uittreksels zijn nodig om nadien een aantal zaken te regelen (bijv. wezenbijslag, begrafenisvergoeding van het ziekenfonds, enz.).