Werknemers en zelfstandigen
-
Ambtshalve toekenning: als de overledene reeds een rustpensioen als werknemer of zelfstandige genoot of hiervan had afgezien ten voordele van een gezinspensioen, en de langstlevende heeft een pensioen als werknemer of zelfstandige, dan volgt er een ambtshalve toekenning van het overlevingspensioen.
Er moet dan geen aanvraag worden ingediend. Wel moet de pensioenkas per brief verwittigd worden, samen met een uittreksel uit de overlijdensakte. Als men op het ogenblik van het overlijden nog geen definitieve beslissing had genomen over de aanvraag, dan wordt het rustpensioen eveneens ambtshalve toegekend. Ook in dit geval moet u de pensioenkas verwittigen met een uittreksel uit de overlijdensakte. Adressen vindt u hier.
-
Toekenning na aanvraag: als er nog geen rustpensioen werd uitbetaald, of als er geen aanvraag in onderzoek is, moet de aanvraag voor een overlevingspensioen gebeuren via het gemeentehuis.
Deze aanvraag gebeurt in principe door de rechthebbende bij het gemeentebestuur van zijn/haar hoofdverblijfplaats, en dit binnen de 12 maanden na het overlijden. Deze regeling is ook van toepassing wanneer de langstlevende echtgeno(o)t(e) de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Latere aanvragen verliezen het voordeel van de terugwerkende kracht.
Ambtenaren
Een overlevingspensioen wordt in de openbare sector niet altijd ambtshalve toegekend.
De aanvraag voor een overlevingspensioen gebeurt bij de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS). Deze dienst stuurt dan de nodige formulieren op. Overlijdt een gerechtigde op rustpensioen, dan ontvangen de nabestaanden een begrafenisvergoeding gelijk aan het laatste bruto maandbedrag van het rustpensioen (rekening houdend met een maximum).
De aanvraag voor de begrafenisvergoeding stuurt u samen met een uittreksel uit de overlijdensakte op naar de Pensioendienst voor de Overheidssector, Ontvangst briefwisseling (zie adres hier). |