|
|
|
|
|
Na de geboorte wordt uw baby onderzocht, eenmaal na de eerste minuut en een tweede maal na vijf minuten. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar 5 tekens, die nul, één of twee punten geven. De score wordt dus een getal tussen nul en tien. Deze score noemt men de apgar-score.
Een score van 7 tot 10 is normaal, 4 tot 7 geeft aanleiding tot ingrijpen en een score van 3 of lager vereist een onmiddellijk ingrijpen. |
|
|
|
|
Teken |
0 punten |
1 punt |
2 punten |
|
A |
Activiteit |
Afwezig |
Armen en benen gebogen |
Actieve beweging |
|
P |
Hartslag |
Afwezig |
Onder de 100 slagen per minuut |
Boven de 100 slagen per minuut |
|
G |
Grimas |
Geen respons |
Grimas |
Niezen, hoesten, trekken |
|
A |
Uiterlijk |
Blauwgrijs, geheel bleek |
Normaal, behalve extremen |
Normaal, over heel het lichaam |
|
R |
Ademhaling |
Afwezig |
Langzaam, onregelmatig |
Goed, huilen | |
|
|
De 3e, 4e of 5e dag na de bevalling voert men de hielprik uit bij uw kindje. Men controleert in het labo op bepaalde aangeboren ziektes. Een snelle opsporing is van groot belang, om schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling te voorkomen of te beperken. De ziekten zijn bij vroege ontdekking immers goed te behandelen. |
|
|
|
|
| Laatste aanpassing: 14/03/2009 |
|
|
|
|
|
|