Echografie
Om de groei en de evolutie van uw baby te kunnen volgen, zal uw gynaecoloog eenmaal per kwartaal een echografie maken. Echoscopie is een techniek waarmee men organen in het lichaam via ultrageluidsgolven zichtbaar maakt. De golven die uitgezonden worden door de echosonde worden teruggekaatst en omgezet in beelden. Als de baby voldoende groot is kijkt men, door met de sonde over de buik te bewegen. Soms is het nodig een vaginale sonde te gebruiken.
In het eerste trimester dient de echografie om de exacte zwangerschapsduur en verwachte verlosdatum te bepalen en om het aantal foetussen na te kijken. Soms wordt in het eerste trimester ook een nekplooimeting uitgevoerd. Dit laat toe om samen met een tripple test (zie screeningstesten) het risico op afwijkingen te schatten.
Tijdens het tweede trimester-echo (vijfde maand) kijkt men systematisch alle organen na op eventuele ernstige structurele afwijkingen. Op dat moment kan ook het geslacht van de baby bepaald worden.
In het derde trimester dient de echo vooral om te controleren of de baby voldoende groeit en om zijn ligging en die van de placenta of moederkoek te bepalen.
Screeningstesten
Er bestaan een aantal screeningstesten waarmee de arts het risico dat uw baby het Downsyndroom of een neuraalbuisdefect (open ruggetje) heeft, kan bepalen. Deze testen geven op basis van het (bloed)onderzoek en andere gegevens (o.a. uw leeftijd) een kansberekening maar geven geen zekerheid. Als uw risico ‘verhoogd’ is, zal een invasieve test (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) moeten uitmaken of uw baby inderdaad de aandoening heeft. Bespreek dit steeds uitvoerig.
Screening kan gebeuren via een nekplooimeting, tripletest of combinatietest.
-
Bij een nekplooimeting wordt tussen de 11de en 14de week van de zwangerschap door middel van een echo de vochtophoping in de nek van de foetus gemeten.
-
Bij de tripletest wordt rond de 15de tot 19de week van de zwangerschap het bloed van de moeder onderzocht op concentratie van een bepaald eiwit en hormoon.
-
De combinatietest gebruikt de gegevens van nekplooimeting, bloedtest, zwangerschapsduur en leeftijd van de moeder om de kans op een afwijking te berekenen. Deze test gebeurt rond de 12de week van de zwangerschap.
Vruchtwaterpunctie
Deze test wordt enkel gedaan als er een verhoogd risico is op afwijkingen. Ook bij moeders ouder dan 35 jaar wordt soms wel vaker een vruchtwaterpunctie voorgesteld aangezien het risico op een baby met het Downsyndroom toeneemt met de leeftijd van de moeder. Doordat het vruchtwater cellen van uw baby bevat, kunnen zo de meest voorkomende chromosomale afwijkingen en de geslachtchromosomen worden nagekeken.
De arts prikt met een dunne naald door de buikwand tot in de baarmoeder en zuigt wat vruchtwater op. Het echobeeld toont aan waar dit moet gebeuren. De punctie wordt gedaan vanaf de 14de week van de zwangerschap. Na enkele dagen kan men door een specifiek onderzoek reeds de belangrijkste chromosoomafwijkingen screenen, een gedetailleerde chromosomenkaart is pas gekend na 2 tot 3 weken.
Deze medische ingreep is niet helemaal zonder risico. De kans op een miskraam tengevolge van deze ingreep ligt tussen 0.5% en 1%.